Links Ecologisch Forum
Nieuws
Artikels
Documenten
Forum
Agenda
Contact / Nieuwsbrief
Links
Klimaatscepticisme is een misdaad tegen de menselijkheid (8.12.09)
Met de start van de VN-klimaattop in Kopenhagen heeft ook het klimaatscepticisme zich opnieuw een plaats weten te bemachtigen in de berichtgeving rond de opwarming van de Aarde, “de beslissende uitdaging van ons tijdperk”, dixit VN Secretaris-Generaal Ban Ki-moon. De zorgvuldige timing van ‘Climategate’ net voor de start van Kopenhagen heeft daar uiteraard mee voor gezorgd.

Eigenlijk is het bijzonder jammer dat dit achterhoedegevecht opnieuw kostbare inkt en zendtijd opslorpt. Wetenschappelijk gezien is het klimaatscepticisme immers punt per punt weerlegd, tot in den treure. Net zoals dat het geval is inzake de evolutietheorie, werken zuiver wetenschappelijk-rationele argumenten helaas niet doeltreffend om dit debat voor eens en voor altijd af te sluiten. Dit is nochtans nodig opdat de wereldgemeenschap zich kan concentreren op wat er echt moet gebeuren. Wij hebben namelijk stante pede behoefte aan een stringente, systemische aanpak van het klimaatprobleem. Dit vereist de totale ontkoling van onze economieën in combinatie met een doeltreffend beleid inzake klimaataanpassing.

Laten we de discussie over het klimaatscepticisme nu eens op een totaal andere manier bekijken. We doen dit met behulp van het volgende speltheoretische gedachte-experiment. Daarin vertrekken we vanuit een centrale werkhypothese. Die luidt: ‘De opwarming van de Aarde is een hoofdzakelijk door de mens veroorzaakt probleem dat dringend moet worden aangepakt om zeer ernstige schade te voorkomen.’ De te ondernemen actie is zoals we eerder al aangaven een combinatie van ingrijpende mitigatiemaatregelen (daling van de uitstoot van broeikasgassen) enerzijds en adaptatiemaatregelen anderzijds. In principe is deze stelling juist of fout. In het eerste geval hebben klimaatsceptici het bij het verkeerde eind, in het tweede geval overdrijven de klimaatwetenschappers het probleem. Ten aanzien van de werkhypothese zijn er (ideaaltypisch) twee mogelijke reacties: de wereldgemeenschap onderneemt actie om het probleem in te dijken of doet dat niet. Door de combinatie van deze twee parameters ontstaan er vier mogelijkheden.

Wat bij de vergelijking van de verschillende uitkomsten sterk opvalt, is dat het scenario ‘stringente actie’ op zich geen onoverkomelijke problemen veroorzaakt. Zelfs in het geval dat het klimaatprobleem hopeloos overdreven zou zijn, kan men de kosten van het klimaatbeleid toch motiveren omdat er veel secundaire voordelen ontstaan die (ook monetair gezien) aanzienlijke voordelen met zich meebrengen: een stijging van het aantal banen, een toegenomen energieautonomie en een daling van de gezondheidskosten door investeringen in onder andere duurzame mobiliteit. De beperkte studies die hierover bestaan, suggereren zelfs dat deze meervoudige voordelen financieel zwaarder kunnen wegen dan de kostprijs van het klimaatbeleid zelf. Vooral de synergieën tussen klimaat- en gezondheidsbeleid zouden veel sterker benadrukt moeten worden. Dat is recent ook nog gebleken uit een studie van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving. Daarom spreekt men in dit geval ook wel eens van een no regret-situatie.

Dat kan men niet zeggen van het geval waarin men geen actie zou ondernemen. Indien de wereldgemeenschap niet bereid is een klimaatbeleid te voeren, dan zijn er twee mogelijkheden. In het geval dat de sceptici het bij het rechte eind hebben, is er nog geen man overboord. De economieën functioneren nog steeds naar behoren. Wel is het zo dat er geen secundaire voordelen bij komen kijken. Problematisch is evenwel het vierde en laatste geval. Stel dat er geen klimaatbeleid komt én dat het klimaatprobleem dan toch een zeer ernstig probleem blijkt te zijn. De opwarming van de Aarde bedraagt dan snel meer dan 3°C, waardoor de gevolgen rampzalige vormen kunnen aannemen. Stern spreekt van globale kosten in de orde van grootte van 5 à 20 procent van het Bruto Mondiaal Product. Dit zal op termijn leiden tot een sterke daling van het wereldwijde welvaartsniveau. Economieën kunnen zich herstellen van een financiële crisis. Helaas is er geen terugspoelknop voor een opwarming van de Aarde die een reeks kritische drempelwaarden onomkeerbaar overschrijdt en de levensvoorwaarden voor de toekomstige generaties flink beperkt.
Wat betekent dit nu voor de beleidskeuzes die we als wereldgemeenschap zouden moeten maken? Voordat we dit punt verder uitspitten, loont het de moeite een onderscheid te maken tussen drie concepten: ‘risico’ (risk), ‘onzekerheid’ (uncertainty) en ‘onwetendheid’ (ignorance). Met ‘risico’ bedoelt men een situatie waarbij een individu de gevolgen van een daad niet kent, maar in staat is realistische verwachtingen te koesteren op grond van kansberekeningen of van reeds voorgevallen gevolgen van daden of beslissingen. ‘Onzekerheid’ daarentegen definieert men als een situatie waarbij men niet over de informatie beschikt omtrent de waarschijnlijkheid van mogelijke gevolgen die wel gekend zijn. Wanneer men zelfs niet op de hoogte is van de potentiële gevolgen, laat staan hun waarschijnlijkheid, dan spreekt men van ‘onwetendheid’. Dit impliceert een gebrek aan kennis over het gedrag en de respons van een gegeven systeem. Voor risico’s kunnen verzekeringsinstellingen betrouwbare kansberekeningen opstellen; in gevallen van onzekerheid en/of onwetendheid beschikken zij over onvoldoende informatie om mogelijke schade te dekken. In het geval van het klimaatvraagstuk zitten we opgescheept met zowel elementen van ‘risico’, elementen van ‘onzekerheid’ als elementen van ‘onwetendheid’. Daardoor kan er wetenschappelijk gezien a priori geen exact percentage worden toegekend aan de waarschijnlijkheid datde werkhypothese klopt.
Maar laten we – puur hypothetisch en zeer conservatief ingeschat – er even van uitgaan dat de kans dat de werkhypothese klopt slechts 50 procent bedraagt. In het geval dat er geen actie wordt ondernomen, is de kans op het catastrofale scenario 50 procent. Zelfs in deze situatie is er met andere woorden maar één realistische optie, namelijk actie ondernemen. De kans dat het misloopt, is immers onverantwoord groot. Het voorzorgsprincipe moet voorop staan.

Op basis van alle wetenschappelijke gegevens, zowel wat de empirische waarnemingen als de diverse klimaatmodellen betreft, is het steeds minder waarschijnlijk dat de werkhypothese onjuist is. Technisch gezien evolueren we steeds meer van een situatie van ‘onzekerheid’ naar een situatie van ‘risico’, zoals ook benadrukt werd door Nicholas Stern in zijn laatste boek A Blueprint for a Safer Planet. Dit impliceert dat men met toenemend vertrouwen een grotere waarschijnlijkheid kan toekennen aan de correctheid van de werkhypothese. In de echte wereld mogen we stellen dat de kans dat de sceptici alsnog gelijk zouden hebben zo goed als nihil is, wat impliceert dat in het scenario ‘niets doen’ de kans op catastrofale opwarming in de limiet tot 100 procent oploopt.
Bovendien weten we dat de landen die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem nu en in de toekomst het sterkst getroffen zullen worden. Klimaatscepticisme is bijgevolg niet alleen totaal onverantwoord maar in wezen een misdaad tegen de menselijkheid.

Peter Tom Jones is onderzoeksmanager Industriële Ecologie KU Leuven en klimaatpublicist, Vicky De Meyere is politicologe. Zij zijn de auteurs van ’Terra Reversa: De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid.’


Een ingekorte versie van dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 8.12.09





Wachtmee (op de milleniumdoelstellingen)






Stop oorlogstop












Campagne voor meer Bossen in Vlaanderen









Witte Woede - Betoging 8 juni 2010