Links Ecologisch Forum
Nieuws
Artikels
Documenten
Forum
Agenda
Contact / Nieuwsbrief
Links
Privaat-Publieke Samenwerking (17.8.06)
Jullie hebben bij ATTAC Leuven heel wat tijd en energie gestoken in een grondige analyse van de PPS constructie i.v.m. Sportplaza (een brochure van 60 blz. en een samenvatting van 10 bladzijden staat op jullie website). Hoe werden jullie met die problematiek geconfronteerd?
In de loop van 2004 vingen we her en der op dat enkele Leuvense scholen zich zorgen maakten om het schoolzwemmen: het zou te duur worden, de frequentie ervan zou drastisch moeten herzien worden, de kinderen van een school van het bijzonder onderwijs zouden niet langer terecht kunnen in het vlakbij gelegen zwembad “Celestijntje” in Heverlee, dat gesloten zou worden. Het was inderdaad bekend dat op de oude Philipssite een groot sportcomplex “Sportplaza” in opbouw was; dit zou niet alleen de verouderde stedelijke zwembaden “Celestijntje” en “Hogeschoolplein” vervangen, maar ook ruimte bieden aan een grote sportzaal, een fitnesscentrum, brasserie, restaurant, bar...
Toen Sportplaza op 7 januari 2005 de deuren opende, bleken de geruchten over forse tarieven bewaarheid te worden: een verhoging met 50% voor het “gewone” baantjeszwemmen, en werkelijk buitenissige tarieven voor wie met kinderen het “recreatief” bad in wou.
Als principiële verdedigers van de openbare dienst wilden wij toch eens weten wat hier achter stak. Wij zijn dus op speurtocht gegaan.

En wat was het resultaat van al dat zoekwerk?
We botsten al vlug op het mysterieuze woord PPS, dat publiek-private samenwerking bleek te betekenen. Geïntrigeerd door dit, voor ons, nieuwe begrip doken wij in verslagen van gemeenteraden van de voorbije jaren, en probeerden we ook via gemeenteraadsleden wat wijzer te worden. Het bleek dat de problematiek van de zwembaden reeds midden de jaren negentig in de gemeenteraad ter sprake was gekomen. De noodzakelijke renovatie van de bestaande zwembaden zou een investering van 17 miljoen € vereisen, wat men toen als “gigantisch” bestempelde. Daarnaast waren de sportclubs ook vragende partij voor een grote sporthal met 3000 zitplaatsen. Zo rijpte blijkbaar het idee voor een megaproject, dat – dixit burgemeester Louis Tobback – “omwille van de hoge kosten alleen in samenwerking met de private sector kon gerealiseerd worden”.
Het in 2001 aangetreden nieuwe college (SP/CVP) ging inspiratie zoeken in zusterstad ’s Hertogenbosch in Nederland, waar een dergelijk groot complex, eveneens volgens de PPS formule functioneerde. In hetzelfde jaar werd de politieke optie om ook in Leuven een groot sportcomplex te bouwen en uit te baten volgens de PPS formule, goedgekeurd door de gemeenteraad, bij onthouding van de oppositie (VLD, Agalev, VB).

Hoe werd die politieke optie omgezet in beleidsdaden? De eerste stap was het aanstellen van een architectenbureau dat het complex moest ontwerpen. Van in het begin werd voorzien dat de privésector naast het zwemmen bijkomende, lucratieve activiteiten zoals fitness en horeca zou eisen, en de plannen hielden er dan ook van in het begin rekening mee.
Op basis van dit plan werd een aanbesteding voorbereid voor privépartners die zouden instaan voor het bouwen, het financieren en het uitbaten van het complex. De gemeentediensten raamden de kost van dit alles op 2,5 miljoen € per jaar gedurende 34 jaar Twee groepen dienden een offerte in. De groep Sportavan wilde het klusje klaren voor 2,7 miljoen € per jaar, de groep S&R vroeg 3,6 miljoen per jaar. Mede omdat één van de partners in de groep Sportavan, namelijk Sportfondsen Nederland, aanzienlijke ervaring had met het uitbaten van dergelijke sportcomplexen, wordt er zonder meer gekozen om met deze groep in zee te gaan. Na de toewijzing blijkt echter dat zowel het stadsbestuur als Sportavan de kosten serieus onderschat hebben.

Hoezo?
De misrekening lag op drie vlakken: (1) fiscaal: Sportavan was blijkbaar de onroerende voorheffing en de BTW “vergeten”, en de stad had dit ook niet gemerkt (dit was trouwens de reden voor de meerprijs van S&R die er wél aan gedacht hadden!); (2) de investeringskost voorzien in het lastenboek werd met 6,5 milj. € (26%) overschreden, en last but not least: (3) het stadsbestuur had er geen rekening mee gehouden dat een private onderneming niet dezelfde rentetarieven als de overheid geniet bij een lening. De stad kan dat namelijk aan een rente die bijna maar half zo groot is (3,50% in plaats van 6,13%) ligt. Over 34 jaar komt dit neer op een verschil van 16.5 miljoen € !! .

Het moment dus om de hele PPS formule op te bergen, of tenminste serieus te herbekijken?
Had je gedacht. De stad denkt het ei van Columbus gevonden te hebben. Als de stad zo veel goedkoper kan lenen, waarom het dan niet zelf doen? Leuven beslist dus de bouw van het sportcomplex integraal zelf te financieren en gaat daartoe een lening aan van 35,5 miljoen € aan (vergelijk met de “gigantische”,en dus “onmogelijke” som van 17,5 miljoen € die voor de renovatie van de bestaande zwembaden vereist was).
Wel blijft men trouw aan de gekozen partner Sportavan (“for better and for worse”?), bestaande uit de bouwfirma Van Roey, Axima Services voor de infrastructuur en Sportfondsen Nederland voor de uitbating

Dus als ik het goed begrijp laat de Stad Leuven haar sportcomplex door een private partner bouwen en inrichten en geeft die dan in concessie in dezelfde groep.
Weer mis ! Het gaat het verstand van gewone stervelingen misschien te boven, maar de stad wordt pas eigenaar na 34 jaar van het door haar gefinancierde complex! Het is trouwens ook geen gewone concessie. In de gemeenteraad wordt door een financieel deskundig lid van de oppositie opgemerkt dat de stad, door zelf te financieren, een belangrijk potentieel voordeel mist. Bij een normale aanbesteding geldt de concessiewetgeving, die bepaalt wat er gebeurt bij zware fout of faillissement van de concessiehouder. In dat geval kan de aanbestedende overheid (Leuven) het bouwsel verwerven aan een fel gereduceerde prijs, tot 50%. Dit wettelijk voordeel vervalt als de stad zelf financiert.
Het stadsbestuur vindt dit een terechte opmerking en vraagt daarom van Sportavan een tegenprestatie, met name een borgsom van 13,3 miljoen € die in noodgevallen kan opgevorderd worden. Sportavan hapt gretig toe: 13.3 miljoen is natuurlijk heel wat minder dat de 35,5 miljoen die zij normaal zelf hadden moeten lenen. Maar nu blijkt dat Sportavan bij geen enkele financiële instelling de bankgarantie kan vastkrijgen wegens te riskant. De kans dat de waarborg effectief moet betaald worden aan Leuven lijkt hen te groot.

Even zien of ik nu mee ben. In de deal zoals die dan op tafel ligt legt de stad zelf een enorm bedrag op tafel om het sportcomplex uit de grond te stampen, zal er de eerste 34 jaar geen eigenaar van zijn, en nu blijkt de private partner ook nog weinig garanties te bieden. Kun je in zo’n situatie niet beter zien hoe je de deal kunt afblazen?
Inderdaad, en dit had nog perfect gekund. Leuven had Sportavan in gebreke kunnen stellen en een schadevergoeding eisen. Dat zou natuurlijk uitstel betekenen, en de tijd drong want de bestaande zwembaden zouden binnenkort dicht gaan. De deal met Sportavan moest en zou doorgaan. Opnieuw schroeft de Stad haar ambities terug, en stelt zich tevreden met een heel wat geringere waarborg (5 miljoen € van Sportavan + 100.000 € per jaar van de aandeelhouders) en een deeltje van de winst (als die d’er ooit zou zijn).

Werd er dan aan getwijfeld dat er winst zou zijn? De private sector begint er dan toch niet aan?
Tenzij zij vooraf garanties heeft dat de overheid de verliezen bijpast en dat bleek nu ook deel van de deal. Sportavan had een businessplan ingediend dat in de komende 34 jaar een verlies voorzag van gemiddeld meer dan 500.000 € per jaar. De overeenkomst stipuleert dat de Stad dit voorziene exploitatieverlies bijpast. Dit wordt wel ingekleed als een subsidie ter compensatie van het gebruik van het complex door scholen en sportclubs, waarvoor de Stad zelf de tarieven bepaalt en int.
Een ander merkwaardig aspect van dit businessplan is dat Sportavan enorme inkomsten verwacht van de fitness. Het zwemmen en de sporthal, de oorspronkelijke reden voor het hele project, zijn bijna bijkomstig.

Het lijkt er dus op dat de hele PPS constructie voor de stad een financiële misrekening van jewelste geweest is. Maar ja, als de Leuvenaar van een mooi sportcomplex kan genieten, dan zal hij toch niet klagen zeker?
De Leuvenaar wordt er helaas niet beter van. Naast het feit dat hij als belastingbetaler opdraait voor het geklungel van het stadsbestuur, moet hij als gebruiker van het sportcomplex serieus in zijn portemonnee tasten. Men moet weten dat de privé-uitbater de tarieven zelf bepaalt, behalve deze die worden aangerekend aan scholen en clubs, die door de gemeenteraad worden vastgelegd. Bij de opening van het sportcomplex in januari 2005, betaalde de bezoeker voor het gewone “baantjes”zwemmen 3€, wat anderhalve keer zo duur is als in naburige gemeenten. Er was ook geen verminderd tarief voor kinderen, mindervaliden, gepensioneerden of grote gezinnen. Waarschijnlijk een unicum in Vlaanderen. Een andere klacht was dat de openingstijden voor het individueel zwemmen eerder beperkt waren.
Tenslotte was het personeel van de vroegere zwembaden (ong. 20 full-time equivalenten) door Sportavan niet overgenomen.

Kwam daarop reactie?
Er kwam protest uit verschillende hoeken. De ouders van de school voor mindervalide kinderen nabij het “Celestijntje” vormden een actief comité dat ijverde voor het voortbestaan van het lokale bad. Er verschenen klachten in de media over de tarieven en over de hygiëne bij Sportplaza. ATTAC en ACV Leuven organiseerden in april 2005 een goed bijgewoond debat waarin o.a. Schepen Devlies van Sport en Financien aan de tand gevoeld werd. Natuurlijk hield hij vol dat het voor de stad een zeer interessante operatie was, en in zijn ogen waren criticasters van dit project blijkbaar tegen sportbeoefening. Impliciet erkende hij echter dat de tarieven excessief waren, want hij onthulde dat er met Sportavan onderhandeld werd over een aanpassing ervan. Het strafste was wel dat we achteraf vaststelden dat de schepen tijdens dit debat hoogstwaarschijnlijk al in het bezit moet geweest zijn van een vernietigende audit over het beleid in Sportplaza!

Hoezo?
Het was zelfs voor de gewone bezoeker duidelijk dat Sportplaza vierkant draaide. Het personeelsverloop was groot, de opening van de horeca onregelmatig, en er kwamen steeds meer klachten over onhygiënische toestanden. Een externe audit bracht aan het licht dat het financieel beheer er niet veel beter aan toe was... En al in juli 2005, nauwelijks enkele maanden na de opening, werd bekend dat uitbater Sportfondsen eruit wilde stappen: het rendement was te laag! Dat is ondertussen ook gebeurd, de twee andere privé-partners hebben de aandelen overgenomen. Toch wel kras dat net de “partner” waar de stad zoveel vertrouwen in had omwille van expertise en know how in de uitbating van dergelijke complexen, in de kortste keren zijn biezen pakt!

En, hoe zit het vandaag bij Sportplaza?
Wel, sinds 1 juli ll. bestaat “Sportplaza” in Leuven eigenlijk niet meer, het is “Sportoase” geworden. Sportplaza is immers een gedeponeerde naam, eigendom van het afvallige Sportfondsen Nederland.
Belangrijker is dat het protest toch enig effect gehad heeft. De tarieven voor recreatief zwemmen zijn voor de bewoners van Groot-Leuven iets verlaagd, en er is een zekere differentiatie voor 55+ en gehandicapten. Ook zijn de openingsuren gevoelig uitgebreid. Het schijnt dan ook sinds enige tijd beter te draaien. Maar al onze bezwaren blijven natuurlijk overeind: de enorme kost voor de stad, de hoge tarieven voor de gebruikers, de problemen voor het schoolzwemmen ... Is het niet wat cynisch dat het stadsbestuur nu een half miljoen euro uittrekt om het Celestijntje om te bouwen tot een zaal voor dans en vechtsport ? Is dat het soort prioritaire openbare dienstverlening waar de bewoners naar vragen?

Wat is jullie bilan van deze PPS constructie?
Wat dit concreet geval betreft is het duidelijk dat er ongelofelijk geklungeld werd, in de eerste plaats door het Leuvens stadsbestuur. Men was zo a priori overtuigd van de voordelen van een private inbreng, dat alle voorzichtigheid overboord werd gegooid. Het was bijna grappig te moeten vaststellen dat de VLD-oppositie sceptischer was dan de SP-CVP coalitie. Je kunt zelfs studies van het Internationaal Muntfonds (IMF) vinden, die expliciet stellen dat PPS financieel duurder uitvalt, net omwille van de hogere rentes voor privé-leningen. Ik vrees eigenlijk dat, als we als tegenstanders van privatisering van openbare dienst het Leuvens Sportplaza-avontuur aanhalen, de voorstanders van PPS zullen zeggen: jamaar, in Leuven heeft men het volledig verknoeid, het stadsbestuur is er op een stupide manier te werk gegaan ...

Zijn er uit dit avontuur meer algemene lessen te trekken betreffende de PPS formule?
Zeer zeker. Wij hebben veel geleerd uit wat er op internet te raadplegen valt. Dit allemaal hier uit te doeken doen zou ons te ver leiden. Onze bevindingen omtrent wat in Vlaanderen en internationaal hierover geschreven is, zijn te lezen in de uitgebreide versie van onze studie (zie website van ATTAC Leuven). Ik probeer hier enkele kernpunten d’er uit te halen.

PPS is in een begrip dat in België zijn opgang begonnen is met de Federale en Vlaamse regeringsverklaringen van 1999. De Europese Commissie promoot de PPS pas met haar Groen boek van 2004. Alhoewel er geen algemeen geldende definitie is van PPS, gaat het meestal om langdurige samenwerking, waarbij de private partner zowel voor de bouw, inrichting als uitbating van de voorziening instaat terwijl de overheid de grond ter beschikking stelt en het algemeen kader van de werking bepaalt. In Angelsaksiche landen is er al langer ervaring met PPS. De formule werd grondig wetenschappelijk bestudeerd door gespecialiseerde wetenschappelijke instellingen. De vakbonden hebben negatieve ervaringen met de formule en verzetten zich tegen wat zij “verkapte privatisering” noemen.

De doelstelingen van PPS zijn (zoals zij door deze overheden gezien worden): (1) inbreng van privé-kapitaal; (2) een lagere totale kostprijs; (3) een hoger commercieel rendement; (4) een hogere maatschappelijke meerwaarde; (5) efficiëntiewinst; (6) een meer creatieve projectaanpak; (7) inkrimping van de rol van de overheid.

Zoals reeds vermeld, het IMF, dat toch niet van linkse sympathieën kan verdacht worden, stelt dat overheden niet vanwege de lagere kostprijs voor de PPS formule moeten opteren. Reden is dat overheden veel goedkopere leningen kunnen aangaan dan private firma’s.

Wat wij in het Leuvens PPS-Sportplaza ook gezien hebben en dat waarschijnlijk toch een vaak voorkomend probleem zal zijn, is dat firma’s die tegelijk bouwen, inrichten en uitbaten, eenvoudig niet bestaan. Er moeten dus op korte termijn, kunstmatige ad hoc samenwerkingsverbanden in het leven geroepen worden. Begrijpelijk dat weinig firma’s zich geroepen voelen om al die moeite te doen om een offerte in te dienen
Het is beleidsmatig veel eenvoudiger aparte offertes te vragen voor het zetten en voor het uitrusten van je eigen voorzieningen. Deze voorzieningen kan de overheid dan zelf uitbaten of in concessie geven.

Tenslotte hebben wij ook geleerd dat de keuze voor PPS tot zeer ingewikkelde financiële en juridische constructies leidt, die door de meeste gemeenteraadsleden en zelfs beroepspolitici bijna niet te volgen zijn. De democratische controle door de legitieme vertegenwoordigers van het volk wordt dan praktisch onmogelijk.

Wij danken u voor dit gesprek.
Links
ATTAC Leuven


Herman MIchiel





Wachtmee (op de milleniumdoelstellingen)






Stop oorlogstop












Campagne voor meer Bossen in Vlaanderen